Wavepunch.nl
Webblog van Marjolijn Timpers en Willem Baarslag
Abonneren
  • Abonneer je voor nieuwe artikelen op dit blog!
Onze camper

Nou die hogere temperaturen…..laat maar zitten. Die hebben we de afgelopen week echt niet gehad. Het was minstens zo koud als de afgelopen week. We hebben deze week Jokkmokk bezocht. Wat betreft de cultuur staat hier alles in het teken van de Samen. In Jokkmokk staat een grote zuil met daarop de landen die ILO 169 hebben geratificeerd. ILO 169 gaat over de erkenning van inheemse volkeren als de Samen, maar ook de Inuit en Indianen. Bijzonder is wel dat Nederland als één van de eerste landen dit verdrag heeft erkend. Finland en Zweden hebben dat nog niet gedaan. Het verdrag behandeld het recht op het hebben van een eigen cultuur en taal. Ook in Jokkmokk een uitgebreid Samen museum. We zijn er niet naar binnen gegaan om nog meer rendierhuiden, messen e.d. te bekijken. Het is als in Nederland. Als je in het Friesmuseum bent geweest weet je ook dat het gewoon Hollanders zijn maar dan net even anders.

De reis naar de Vildmarksvägen gaat voor een groot gedeelte over de E45. Dit is de weg die door het westen van Zweden van noord naar zuid loopt. Deze weg is nog rustiger dan de E10 die langs de Bortnische golf loopt. Uitgebreide bossen doorsneden door rivieren. Toen we in Finland in het Arktikum waren was daar een conferentie aan de gang over bosbouw. Er werd een onderzoek gepresenteerd over de beste manier van bosbeheer. Hier in Zweden wordt de methode van de Verschroeide Aarde toegepast. Grote percelen compleet verwoest, alles overhoop getrokken. In Finland worden de bossen meer gedund. Het enige wat je veel ziet rijden zijn dan ook grote vrachtwagens met bomen die voor verwerking worden weggebracht.

De reis is zeker niet saai. In de avond vinden we makkelijk een mooi plekje waar je vrij kunt gaan staan. Door het zonnepaneel op de camper zijn we eigenlijk nergens van afhankelijk. Aan een grote open plek midden in het bos kijk ik m’n eerste film. American Sniper. Boeiende film. Veel locale wegen in het binnenland van Zweden zijn grintwegen met een lemen ondergrond. 7 maanden per jaar ligt er sneeuw en maakt het überhaupt niet uit wat er dan onder ligt. De wegen zijn goed te berijden. In de camper rammelt alleen zoveel. Na een paar uur rijden op zo´n weg ben je doodmoe. Ik denk dat we ondertussen ruim 100 km grindweg hebben gereden.

We hebben op de reis naar beneden een erg goede camping bezocht in Lövliden. Kolgården Stugby och camping is een kleine camping met bijzonder goede voorzieningen. Twee sauna´s op steigers direct aan het meer. Een bbq-plaats in een tipi, en een toiletgebouw om door een ringetje te halen. En hout voor kampvuurtjes zoveel als je maar nodig hebt. Vanaf deze camping rijden we door Vilhelmina naar Strömsund. Hier nemen we weg 342 het begin van de Wildernisroute (Vildmarksvägen). De route is onlangs als toeristisch item opgenomen in de verschillende gidsen. Het is een mooie route van 335 km die je door het woeste Zweden leidt. In het gebied dat omsloten wordt leven de meeste wilde dieren als bruine beer, wolf, veelvraat en eland. Het eerste dat wij tegenkomen is een vos en een ree. De beren en wolven zien we niet. Wel een prachtige elandmoeder met jong. De Stekenjokk bereik je via de hoogst gelegen weg in Zweden. Op een hoogte van 856 ligt nog meer dan 3 meter sneeuw. Hier is in 2007 de laagste temperatuur van Zweden gemeten -53˚. Wat ook zeker de moeite waard is is het kerkje in Viken. 500 meter uiten het dorp, aan de rand van het meer vonden wij dit prachtiche kerkje. Zie het fotoalbum.

 

Afgelopen week hebben we Pim en Rosemarijn getroffen. Komende week zullen we een enkele dagen samen doorbrengen alvorens naar Noorwegen door te reizen. We hebben nu na  vier weken ruim 6000 km gereden en zijn het nog lang niet zat.

 

 

 

 

 

 

Geachte bezoeker,

Op deze pagina kun je een reactie geven op wat je op dit blog aantreft. De reacties zullen worden bewaard. In principe zullen wij  niet reageren op deze reacties. Het blog is bedoelt om te informeren en zien wij niet als een chatomgeving.

Zo het zit er op. Precies 12 weken hebben we rond gezworven. We hebben ongelofelijk veel gezien en beleefd. Als we nu nog drie maanden zouden krijgen maakten we zo weer rechtsomkeert. Na onze laatste bericht zijn we nog een paar dagen in Denemarken gebleven. Marjo en ik zijn het erover eens dat Denemarken, hoewel er echt wel mooie plekjes zijn, ons land niet is. Na 6 dagen heb je het gevoel het is vlees nog vis. Toch hebben wel mooie dingen gezien. Kopenhagen was natuurlijk mooi. Op onze weg naar Duitsland hebben we het stadje Ribe aangedaan. Hier hebben we ons prima vermaakt. Het wordt gepromoot als het oudste stadje van Denemarken, en doet ons erg denken aan Elburg. Maar ja we hebben onze zinnen gezet op Duitsland. We willen het Hartzgebergtegraag zien. Via een tussenstop op een “rastplatz”, wat toch altijd weer een belevenis is, nemen we de Elbetunnel bij Hamburg en komen aan in het Hartzgebergte. We hebben hier drie dagen doorgebracht, wandelend, lezend en genietend van het arme weer. De tweede camping vonden wij echt bijzonder. Op de camping stonden 5 grote villa’s, enigszins vervallen. Het was ons duidelijk dat dit niet altijd een camping was geweest. De eigenaar wist ons te vertellen dat het oorspronkelijk een sanatorium was geweest. Een Heilorts voor werknemers van een grote industrieel uit Bremen. Vanaf 1935 is het echter een heropvoedings gesticht geweest voor de Nationaal Socialisten. In 1944 zijn hier de kinderen ondergebracht van de groep militairen die onder leiding van Generaal von Stauffenberg een poging deden Hitler om te brengen. Dit mislukte echter. De hele groep inclusief de vrouwen zijn vervolgens geëxecuteerd. De kinderen die achterbleven, 47 in totaal, zijn in deze villa’s ondergebracht, kregen een nieuwe naam en werden heropgevoed in de geest van het Nationaal Socialisme. Tijdens ons verblijf op deze camping hebben we verschillende van deze kinderen rond zien lopen die samen met hun kinderen deze plaats bezochten. Het maakte dat er een zekere sinisterheid rond deze plaats hing. De sanitaire voorzieningen waren in het souterrain van de villa’s ondergebracht. Smalle gangetjes met veel nisjes en bochtjes. Ik ging meestal rond 23.00 uur douchen. Ik was er helemaal alleen. Ik kan je vertellen dat het een hele snelle douchebeurt is geworden omdat het onbehaaglijk aanvoelde. Na de Hartz zijn we doorgereden naar de Moezelstreek. Hier hebben een aantal dagen in alle rust doorheen gereden, genietend van de Duitse gastvrijheid en het eten. We hebben er de steilste wijngaard van Duitsland beklommen. Hoewel we er de afgelopen weken niet veel last van hebben gehad, werd ik hier toch gestoken door een wesp. Zo’n klein ettertje, waarvan je het nut volledig ontgaat. Men zegt dat ze zinnig werk doen door kadavers op te ruimen. Als ze zich daar daartoe zouden beperken zouden ze van mij geen last hebben. Nu bedenk ik me echter niet, met een goed geplaatste slag raak ik hem tussen z’n ogen waarna hij bewusteloos neervalt. Vervolgens laat ik hem met een draaiende beweging kennis maken met mijn Vibram zooltjes zodat hij voor eeuwig onderdeel wordt van de grindlaag die het pad bedekt. Kut, zo’n steek doet wel zeer. Via Luxemburg, net een tussenstop in Diekirch rijden we via België naar Maastricht. Hier zijn we een paar heerlijke dagen op een mooie camperplaats bij de Jachthaven aan de Pieterplas. Maastricht is toch altijd wel een bezoekje waard. De laatste paar dagen gaan we naar Wierden. Een bezoekje aan het graf van de Marjo’s ouders, een fietstochtje door het dorp langs de plekjes waar we zo vaak geweest zijn is toch altijd weer leuk. Onze laatste nacht staan we op de camping in Veessen zo’n 8 kilometer van huis. Honderden malen zijn we hier langs gereden als we op weg waren naar Wierden. Het is dan toch wel leuk om er ook een keer te staan. Zaterdag zijn we thuisgekomen. De eerste gezellige bijpraat avondjes met de buren hebben we gehad. De Camper is van boven tot onder en van binnen en buiten schoon gemaakt en gaat zo de stalling in. We hebben genoten en kunnen een ieder aanraden die de kans krijgt om op deze manier eens voor langere tijd te gaan reizen. Wij hebben besloten de camper in de verkoop te doen, en hij staat inmiddels op Marktplaats. Dit geeft ons de ruimte om de volgende vakanties weer in alle vrijheid te kunnen bepalen. Wij willen een ieder bedanken voor de interesse die is getoond om onze blogs te lezen en sluiten hem hierbij af.

Toen we in Rovaniemi  waren zagen we verschillende straaljagers door de lucht denderen, loopings etc. wij dachten in een vliegtuigshow te zijn beland. Een Fin sprak ons aan en vertelde dat het een samenwerkingsproject was van verschillende landen, Nederland, Noorwegen, Amerika, Duitsland en Finland. Het was dan ook geen show. Zo dicht bij de Russische grens  waren het oefeningen en deze waren vooral bedoeld om Rusland te imponeren. Het  was een directe uiting van de toegenomen spanning tussen Rusland en de NAVO  als gevolg van de annexatie van de Krim. Eigenlijk zie je op dat moment de kinderlijke manier waarop er met spierballenvertoon uiting wordt gegeven aan de tegenstellingen die er  zijn. Eigenlijk is het te gek voor woorden.

In Scandinavië, en dan vooral in Finland zien de afbeeldingen van mensen op de verkeersborden er zo lief en vriendelijk en ouderwets uit. Veel menselijker dan in Nederland. Als je het bord voor wandelaars ziet is er geen haar op je hoofd die zo’n aardige vader met z’n zoontje aan de hand, zou willen omver rijden. Ooit hebben de borden er bij ons ook uitgezien. Is dat het beeld van de verharding van de maatschappij of heeft wetenschappelijk onderzoek uitgewezen dat op de Nederlandse manier de boodschap beter overkomt? Wij gaan voor de Finse borden.

Wij reden een geweldige route van Zweden naar Noorwegen, allemaal oh’ss en ahh’ss en natuurlijk veel rendieren. Ergens op een picknickplekje kwamen we in gesprek met een wat oudere heer die alleen op reis was met zijn caravan. Hij vertelde dat hij met zijn vrouw vele  jaren naar Noorwegen ging. Ineens schoot hij helemaal vol en vertelde dat zijn vrouw afgelopen oktober  was overleden. Het was in een minuut, nee in 30 seconden gebeurt. Bijna een minuut heeft hij niet kunnen praten maar vertelde toen dat weer ging  dat hij toch de reis ging maken zoals ze het samen hadden uitgestippeld. Na nog even gepraat te hebben ging hij de caravan in, hij ging even wat limonade drinken want hij was vergeten koffie te zetten (ws deed zijn vrouw dat altijd). We waren zo onder de indruk van het verhaal dat we de eerste uren in stilte en in gedachten gereden hebben. En nog denken we er regelmatig aan en zeggen dan tegen elkaar dat wij eigenlijk die man op de koffie hadden moeten vragen. Waarom ………………

Hoe verder we naar beneden reizen, des te vroeger wordt het donker. We raken steeds verder van de Midzomernacht. Ik vond het heerlijk dat het niet donker werd en ik moet er nu ook erg aan wennen dat het om 22.30 uur donker wordt. Ik heb heimwee naar Lapland. Het licht, de rust, die gekke ruige natuur.

Ik  mis de toendra’s in het uiterste noorden.  ze zijn waarschijnlijk niet zo uitgestrekt  in vergelijking met de Russische. Maar toch …… eindeloze vlaktes, omzoomd door bergen. Kaal, woest. Bruin, hier en daar de polletjes hele kleine roze bloemetjes, dunne, gebogen  berkjes van nauwelijks een meter hoog. De berkjes kunnen al heel oud zijn, maar door de vorst in de grond kunnen de wortels niet verder groeien.  De grond is zompig en moerassig door het smeltwater. Hier en daar lag er nog wat sneeuw. Doorgaans schijnt er niet veel sneeuw te vallen, maar het is er wel extreem koud. Er is weinig verkeer en weinig bewoning, hier en daar een kleinschalig ski-resort tegen de bergen.

Wat meer naar het zuiden in Lapland zijn we heel veel trollenfamilies tegen gekomen. Pollen dood, geel,gras dat wapperde door de wind, met bovenop de kruin een klein groen, net nieuw polletje gras. Sommige polen waren wel 75 cm hoog met daarom heen kleinere. Iedere keer weer zo grappig om te zien.

De andere keren dat we in Noorwegen waren, was het altijd in juni, weinig toerisme. Toen we bij het fjordengebied kwamen in juli, was het vreselijk druk. Vonden wij dan. Veel te veel touringcars afgeladen met Chinezen,maar ook Nederlanders. Te veel camperaars. De mogelijkheden om wild te kamperen zijn in vergelijking met andere jaren ook afgenomen. Je komt steeds meer weggetjes tegen waar een ketting voor gespannen is. Jammer, maar hadden wij ook maar niet zo enthousiast moeten zijn tegen iedereen, de halve wereld wil er nu dus ook naar toe. Een tip voor Scandinavië gangers, ga als je de echte ruimte van het land wil voelen niet in het hoogseizoen. Eind mei, juni zijn prima maanden evenals de tweede helft van augustus en september.

Nadat we Gotenburg hebben verlaten besluiten we de kustlijn te blijven volgen richting Helsingborg. Het landschap hier is verrassend. Het veranderd voortdurend. Mooie stukken bos wisselen af met meertjes, en vlakke stukken worden opeens rotsig en heuvelachtig. Onder Gotenburg brengen wij 2 dagen door op een camping die veel te bieden heeft. We verkennen het strand en naastgelegen natuurreservaat, lezen, eten lekker en slapen lekker uit. Het is zoals Marjo vorige keer zei, de laatste weken van onze trip gaan we vakantie houden. Via Helsingborg steken we met de veerboot over naar Denemarken om Kopenhagen te bezoeken. Vanaf onze camping in Hundigestrand is het 20 minuten naar Kopenhagen met de S-bahn. Merk je toch dat je weinig met de trein reist, we stonden te schutteren bij de kaartjesautomaat. Midden in de stad stap je uit voor Pretpark Tivoli. Voor de kassa’s enorme mensenmassa’s. Wij besluiten de stad in te lopen omdat we niet begrijpen wat er prettig is om lang in de rij te staan om toegang in een pretpark te krijgen. In het park ook weer wachtrijen voor de attracties, nee dat was vroegah. Om het pretpark heen gelopen kom je aan bij het oude raadhuis. Dit gebouw is bijna geheel open om het te bekijken. Je kunt heerlijk rondlopen zonder dat er allerlei suppoosten je in de gaten staan te houden. In de grote zaal een prachtige expositie met verhalen en foto’s van Kopenhagers en hoe zij hun leven in Kopenhagen ervaren. Hierna lunchen we, lopen we over de universiteitscampus, bezoeken een hal waarin alleen maar barretjes en eethuisjes zijn gevestigd en gaan daarna lekker het park in. Kopenhagen is  echt de moeite waard. We besluiten om de volgende dag koers te zetten naar de Deense Noordzeekust. Via een tussenstop op een camping net na Odense, kiezen we voor Bøvbjerg.  De camping is heel rustig, het strand 0- 300 meter afstand. Het waait hard, de zee is onstuimig. Tegen de wind in banjeren op het rulle strand maakt dat we onze hamstrings de volgende dag voelen. We blijven hier 3 nachten en bombarderen een regenachtige dag tot wasdag. Fris en fruitig koersen we naar beneden richting het Deense Wad.  Onderweg komen we door Esbjerg. We besluiten om hier een hapje te eten. Wij vinden Esbjerg een heel prettig stadje, een bedrijvige haven, mooie binnen stad en een levendige sfeer. Wellicht zijn we enigszins gekleurd. Rijdend door Denemarken valt ons op dat veel dorpjes een uitgestorven indruk maken. Weinig winkels, en weinig mensen op straat. Zou dit het gevolg zijn van de internetshops, en zou dit ook het vooruitzicht zijn voor de Nederlandse dorpjes? In Esbjerg vinden we in de oude vissershaven een visrestaurantje. Wat we voorgeschoteld krijgen is heerlijk, kraakvers en zeker niet duur.    We strijken neer in Darum op de camping, waar ik dit nu zit te schrijven. Het spectaculaire van de reis is er nu wel een beetje af, we genieten echter met volle teugen en merken dat het leven in deze omgeving echt wel makkelijker is dan in het hoge noorden. We hebben nu nog twee en een halve week, daarna nog een weekje thuis en dan weer aan het werk. Vinden we op zich ook geen slechte gedachte, ook al vermaken we ons prima met deze manier van leven.

Onze camper is weliswaar niet heel groot, maar voor ons groot genoeg. Maar soms zie je van die enorme grote campers. We stonden op de camping bij Rovaniemie, er kwam zo’n grote naast ons staan. Die meneer opende achter een luik, we zagen het voorwiel van een Smartje. Hij kon hem zo in de camper rijden. Met moeite zou  1 wiel van mijn Smart in onze camper geduwd kunnen worden.

Boven in Finland stonden we op een kleine camping. Bij Feodor, een rus. Een beetje smoezelig mannetje. Bij alles wat we  zeiden of vroegen zei hij :”jo, jo”. Hij sprak geen woord engels en hij begreep dus niets.  Op een gegeven moment gaf hij aan dat hij de sauna wel aan wilde zetten voor ons en dan konden we koelen in het meertje, een sprintje van een meter of 20. Nou, :”no,no”. Dus   ’s avonds kwamen er allerlei beetje vreemde bezoekers naar het café wat bij de camping hoorde. Op een gegeven moment wilde ik gaan douchen, bleek dat de sauna volop loeide en de douche stond in de open ruimte ervoor. En ramen zonder gordijnen aan alle kanten. Ik terug naar de camper en ik zei tegen Willem dat ik dat toch wel een beetje griezelig vond. Willem lachte me uit. Nou, dus toch maar weer terug naar de douche. Uitkleden, douchen, aankleden kan soms heel snel. Gelukkig maakte er niemand gebruik van de sauna. Een uurtje later zag ik 2 dikke dames naar de sauna gaan. Ik zei tegen Willem dat de douche vrij was, dat ik de laatste had zien weggaan. Och jammer, Willem wilde pas later op de avond!!

Toen we bij Pim en Roos waren in Zweden, gingen Roos en ik een stukje lopen. Na een poosje kwamen we een groepje rendieren tegen. Ik kon er heel dicht bij komen om een foto te maken. In het noorden van Scandinavië zijn wij misschien wel een paar honderd tegen gekomen. Elanden zie je niet veel, ik denk dat wij er een stuk of 8/9 gezien hebben. Elanden zijn schuwe beesten

24 juni stonden aan een haventje bij een pension. Toen we vroegen of we er konden blijven staan, was dit prima, als we er geen bezwaar tegen hadden  dat er ’s avonds een groot kampvuur werd gemaakt, want het was een feestdag.  Nou, dat leek ons alleen maar gezellig. Er kwamen steeds meer mensen, sommigen gingen naar het restaurant, anderen gingen naar de bbq plek. Ondertussen had ik al opgezocht dat in Noorwegen de  Middernachtzon werd gevierd met grote kampvuren. Wij zaten er helemaal klaar voor, kom maar op met het feest!  Komt de eigenaar op een gegeven moment met  een grote gasbrander, steekt  het vuur aan en loopt weg! En er kwam helemaal niemand om er omheen te dansen, of er bij te gaan drinken, of wat meer, wat wij ook maar verwacht hadden. Raarrrrr.

De afgelopen 10 dagen zijn we doorgegaan met het rijden van van mooie routes. Als eerste hebben we de Atlantische route gereden van Kristansund richting Molde. Een schitterende route langs mooie vissersdorpjes, kleine eilandjes en fantastisch aangelegen wegen. Diezelfde dag ontmoeten we twee Nederlanders waarvan de man, geboren in Vaassen, wegen heeft ontworpen voor Rijkswaterstaat. Hij vertelde dat je dan ook op een heel andere manier rondrijdt. Vanuit Molde gaan we met de boot naar Vestnes om te beginnen aan de mooie rit naar Andalsnes. Bij Andalsnes vinden we een prachtige plek aan het fjord. Morgen wordt veel regen verwacht en met het mooie weer van nu steken we de barbecue aan. Nadat ik vorige week nog melde dat de camper geen mankementen vertoonde zie ik opeens dat beide voorbanden zo goed als geen profiel meer hebben. Een geluk dat we het zien, aangezien de volgende route ons over de Trollstigen naar het Geirangerfjord zal brengen. Steile wegen, haarspeltbochten en nat weer. In Andalsnes naar de plaatselijke bandenkoning. Deze heeft de banden niet op voorraad maar kan ze de volgende dag hebben. We maken een afspraak voor 16.00 uur. Geen straf want op dat moment begint de regen die aan zou houden tot de volgende dag 13.00 uur. De volgende dag vertrekken we rond 17.00 uur naar de Trollstigen. Het is dampig met laaghangende wolken. Niet het mooiste weer om de haarspeldbochten langs deze steile berg te rijden. Voor Marjo een geluk. Met helder weer kijk je op sommige plekken de enorme diepte in. Nu met de wolken is het of we op een wattendeken rijden. De weg is op een aantal plekken smal en kun je elkaar niet passeren. Dit zorgt soms voor wat zweterige handjes als je een grote touringcar tegenkomt. Even op de rem dan maar. We vinden een rustige camperplek in Valldal midden in het dorp aan het fjord. De volgende dag rijden we door naar het Geirangerfjord. Van grote hoogte zien we daar twee grote cruiseschepen liggen. De weg het fjord in is steil,  en later er weer uit omhoog ook. Rondom het fjord is het bezaaid met toeristen, je moet echt uitkijken dat je er niet één onder de camper krijgt. We besluiten snel door te rijden, de drukte uit. We vinden een prachtig plekje aan een snelstromende rivier waar we een groot stuk van de berghelling kunnen zien. In de avond lopen daar een eland en twee grote edelherten te grazen. Een prachtig gezicht. De volgende dag rijden we over de Jotunheimen waar zich de hoogste bergen van Noorwegen bevinden. We rijden er twee routes doorheen. De laatste is een grindweg met stijgingspercentages van 13%. Ik ben blij dat we nieuwe bandjes hebben. We zijn wat moe geworden en vinden het tijd voor wat cultuur. Via de E16 rijden we richting Oslo maar laten deze plaats links liggen. Via Drammen bereiken we een camping bij Sande. Het weer is goed. De volgende dag het Oslofjord over. We overnachten bij Fredrikstad op een grote parkeerplaats. Hier stopt een busje met 4 Fransen. Die beginnen allemaal spullen uit te laden waaronder een Drone.  Blijkt dat ze een reportage maken over vrachtvervoer of het beroep van vrachtwagenchauffeur. De aanwezige vrachtwagenchauffeurs, Noren, Bulgaren, Russen etc. mogen figureren. Op zo’n parkeerplaats is altijd het nodige te zien. De volgende dag rijden we door naar Göteburg. Na overnachting op de stadscamping zoeken we de volgende ochtend bijtijds een parkeerplaats om in de stad te gaan rondneuzen. In Göteborg bezoeken we ook het Maritieme Museum.Volgende week op weg naar Denemarken, om af te kicken van het woeste Noorwegen. Het is zoals Marjo zegt, ik heb nu pas het gevoel dat we vakantie hebben. Tot nog toe hebben  we gereisd.

Vorige week hebben we de Vesteralen verlaten. Via Bjerkvik rijden we naar Narvik om daar de E6 op te pikken die ons terug naar de Saltstraumen zal brengen. We hebben besloten om de komende week de toerist uit te hangen en de toeristische route Kustweg 17 te rijden. Deze route begint net onder Bodø en gaat over een afstand van 635 kilometer naar Steinkjer. Volgens de verhalen moet dit de mooiste kustroute ter wereld met een 7 veerboot overtochten en door 15 tunnels waarvan de langste meer dan 7 km is. We beginnen inmiddels wel gewend te raken aan al die superlatieven. Als je op de Noordkaap een wind laat zal men zeggen: “Dat was de meest Noordelijke Wind” of “dat was de meest Warme Noordelijke Wind”. Noorwegen is gewoon prachtig en de eerste etappe van weg 17 over 240 km is er één van alleen maar ohhh’s en ahhhh’s. Een schitterende weg met korte bochten en steile klimmetjes. Ons campertje knort er rustig met een vaartje van 60 km p/u tegenop. Aan de 17 hebben we een erg leuke camperplek. Deze plek was aangelegd door de plaatselijke bevolking om een low-cost plekje met de basale voorzieningen voor campers aan de toeristen aan  te bieden. Wij denken dat men er ook mee wil bereiken dat dit ongewilde overnachtingen op de openbare parkeerplaatsen in het dorp zal tegenhouden. Maar een mooie plek voor 100 Nkr, omgerekend 8,50 euro. Dit soort plekken zou men veel meer aan moeten leggen. Kustweg 17 rijden we in vier dagen. We blijven 2 nachten op de camping in Namsos. We doen de was, en genieten van het mooie weer. Over dat weer hebben we deze week niet te klagen. Terwijl Nederland zucht onder een hittegolf is het in onze omgeving een graad of 20, valt er af en toe een buitje en is de wind afgenomen. We merken dat we naar het zuiden gaan. Na de 17 gaan we door naar Trondheim. Trondheim was vroeger de hoofdstad van Noorwegen en heeft de meest noordelijke Kathedraal (jaja). Wij hebben een halve dag door Trondheim gedwaald en vonden de stad zeer de moeite waard. Een levendige mondaine sfeer, heel veel jonge mensen (er is een Universiteit) en veel historische gebouwen. Doordat de Noren veel in hout bouwen, lopen de steden nogal het risico dat een flinke brand voor veel schade zorgt. Men probeert dit te voorkomen door de straten zo breed mogelijk te houden. We hebben overnacht op de enige beschikbare camperplek in de stad. Gratis maar hutje mutje op een grote parkeerplaats, (brrrrr). Na Trondheim rijden we door naar Kristiansund. De komende dagen rijden we de Atlantische route op weg naar de Trollstigen. Daarna stoppen we met de toeristische hoogtepunten van Noorwegen in het hoogseizoen, en zoeken we de rust en de uitgestrektheid van het binnenland op. De camper houdt zich prima, (afkloppen). We naderen de 10.000 km, en hij heeft geen druppel olie verbruikt. Alles werkt naar behoren en we zeggen tegen elkaar dat we eigenlijk niet meer nodig hebben dan deze 12 vierkante meter.

Nog even een nabrander van vorige week. Ik was vergeten te vermelden dat we de vorige week een simulatie reis hebben gemaakt met het spaceship de Aurora. Onze taak was om de gevolgen van een uitbarsting van plasmawolken uit de zon te onderzoeken, en de effecten die dit zou kunnen hebben op de aarde. Bijna een uur was Marjolijn gezagvoerder van het ruimteschip, en moest ik allerlei observaties van de Zonnewind uitvoeren. We hebben dit trouw gedaan. Eenmaal buiten gekomen kwamen wij tot de conclusie dat deze activiteit waarschijnlijk voor kinderen bedoeld was. We hebben bijna in de broek staan piesen van het lachen. We waren echter wel 75 euro armer.

Deze vakantie iets meegemaakt wat me enorm bezig houdt.  

We stonden op een camping, ik was een handwasje aan het doen.  Naast me stond een Roma jongen van een jaar of 10 flessen water te vullen. Het ging mis, het water spatte alle kanten op en de jongen werd nat. Hij keek me met van die grote bruine schrikogen aan, ik moest lachen, hij ook. Elk in eigen taal zeiden we wat tegen elkaar en giebelden nog een beetje na.

’s Avonds gingen Willem en ik nog een eindje wandelen. Aan de rand van de camping stonden een aantal Roma volwassenen en kinderen. Ze hadden een vuur gemaakt om zich warm te houden en de kinderen waren aan het spelen. Er stonden 3 hele kleine krakkemikkige tentjes, met een plastic zeiltje er over heen. We liepen er langs en zeiden tegen elkaar; “bah, hier ook al”. In Nederland kennen we dit niet zo, we hebben het wel in Bulgarije gezien. Roma leven niet alleen aan de rand van de camping, maar ook aan de rand van de  samenleving.

’s Nachts lagen wij lekker warm en droog in ons campertje en het begon hard te regenen. Ik werd er wakker van en moest de hele tijd aan die kinderen denken, met name aan die jongen.

De volgende dag kwam de strooiwagen zout strooien omdat de ondergrond nog bevroren was en de regen anders zou gaan opvriezen.

Wat een leven. Niet naar school, bedelen bij de supermarkt, slapen op koude grond en in een lekke tent. En niet beter weten dat je wordt geminacht door de hele maatschappij. Wat is dan je toekomst?

Een gigantisch ingewikkeld probleem. De Roma’s willen zich niet conformeren aan  de regels van de samenleving, houden zich niet aan de meest basale regels, vertonen veel (licht) crimineel gedrag. Kinderen worden niet naar school gestuurd en ontwikkelen zich dan ook niet. Zeker voor de kinderen. Als zij zich wel willen ontwikkelen wordt dit door de eigen gemeenschap tegen gehouden. Nu met het openen van de grenzen in Europa zien we dat de Roma en Sinti groepen zich verspreiden over de andere Europese landen.

In Nederland hebben we met een zekere mate van succes de zogenaamde “Woonwagen bewoners” verdund in de samenleving. Het aantal plaatsen dat zij krijgen is aan een maximum gebonden zodat de groep niet te groot kan worden. Vervolgens komt het dan op handhaven aan, iets wat alle Europese landen in gezamenlijkheid moeten doen.

 

Het omdenken is ons te vermoeiend gebleken. Na bijna 7 weken van huis schieten er wel gedachten door je hoofd, maar je hebt niet zoveel zin er iets mee te doen. De indrukken die wij hier opdoen zijn ook veel te sterk. Omdenken gaan we dus niet doen. Wel willen we bijzondere ervaringen delen over wat we zoal aantreffen.