Wavepunch.nl
Webblog van Marjolijn Timpers en Willem Baarslag
Abonneren
  • Abonneer je voor nieuwe artikelen op dit blog!
Onze camper

De laatste weken

Zo het zit er op. Precies 12 weken hebben we rond gezworven. We hebben ongelofelijk veel gezien en beleefd. Als we nu nog drie maanden zouden krijgen maakten we zo weer rechtsomkeert. Na onze laatste bericht zijn we nog een paar dagen in Denemarken gebleven. Marjo en ik zijn het erover eens dat Denemarken, hoewel er echt wel mooie plekjes zijn, ons land niet is. Na 6 dagen heb je het gevoel het is vlees nog vis. Toch hebben wel mooie dingen gezien. Kopenhagen was natuurlijk mooi. Op onze weg naar Duitsland hebben we het stadje Ribe aangedaan. Hier hebben we ons prima vermaakt. Het wordt gepromoot als het oudste stadje van Denemarken, en doet ons erg denken aan Elburg. Maar ja we hebben onze zinnen gezet op Duitsland. We willen het Hartzgebergtegraag zien. Via een tussenstop op een “rastplatz”, wat toch altijd weer een belevenis is, nemen we de Elbetunnel bij Hamburg en komen aan in het Hartzgebergte. We hebben hier drie dagen doorgebracht, wandelend, lezend en genietend van het arme weer. De tweede camping vonden wij echt bijzonder. Op de camping stonden 5 grote villa’s, enigszins vervallen. Het was ons duidelijk dat dit niet altijd een camping was geweest. De eigenaar wist ons te vertellen dat het oorspronkelijk een sanatorium was geweest. Een Heilorts voor werknemers van een grote industrieel uit Bremen. Vanaf 1935 is het echter een heropvoedings gesticht geweest voor de Nationaal Socialisten. In 1944 zijn hier de kinderen ondergebracht van de groep militairen die onder leiding van Generaal von Stauffenberg een poging deden Hitler om te brengen. Dit mislukte echter. De hele groep inclusief de vrouwen zijn vervolgens geëxecuteerd. De kinderen die achterbleven, 47 in totaal, zijn in deze villa’s ondergebracht, kregen een nieuwe naam en werden heropgevoed in de geest van het Nationaal Socialisme. Tijdens ons verblijf op deze camping hebben we verschillende van deze kinderen rond zien lopen die samen met hun kinderen deze plaats bezochten. Het maakte dat er een zekere sinisterheid rond deze plaats hing. De sanitaire voorzieningen waren in het souterrain van de villa’s ondergebracht. Smalle gangetjes met veel nisjes en bochtjes. Ik ging meestal rond 23.00 uur douchen. Ik was er helemaal alleen. Ik kan je vertellen dat het een hele snelle douchebeurt is geworden omdat het onbehaaglijk aanvoelde. Na de Hartz zijn we doorgereden naar de Moezelstreek. Hier hebben een aantal dagen in alle rust doorheen gereden, genietend van de Duitse gastvrijheid en het eten. We hebben er de steilste wijngaard van Duitsland beklommen. Hoewel we er de afgelopen weken niet veel last van hebben gehad, werd ik hier toch gestoken door een wesp. Zo’n klein ettertje, waarvan je het nut volledig ontgaat. Men zegt dat ze zinnig werk doen door kadavers op te ruimen. Als ze zich daar daartoe zouden beperken zouden ze van mij geen last hebben. Nu bedenk ik me echter niet, met een goed geplaatste slag raak ik hem tussen z’n ogen waarna hij bewusteloos neervalt. Vervolgens laat ik hem met een draaiende beweging kennis maken met mijn Vibram zooltjes zodat hij voor eeuwig onderdeel wordt van de grindlaag die het pad bedekt. Kut, zo’n steek doet wel zeer. Via Luxemburg, net een tussenstop in Diekirch rijden we via België naar Maastricht. Hier zijn we een paar heerlijke dagen op een mooie camperplaats bij de Jachthaven aan de Pieterplas. Maastricht is toch altijd wel een bezoekje waard. De laatste paar dagen gaan we naar Wierden. Een bezoekje aan het graf van de Marjo’s ouders, een fietstochtje door het dorp langs de plekjes waar we zo vaak geweest zijn is toch altijd weer leuk. Onze laatste nacht staan we op de camping in Veessen zo’n 8 kilometer van huis. Honderden malen zijn we hier langs gereden als we op weg waren naar Wierden. Het is dan toch wel leuk om er ook een keer te staan. Zaterdag zijn we thuisgekomen. De eerste gezellige bijpraat avondjes met de buren hebben we gehad. De Camper is van boven tot onder en van binnen en buiten schoon gemaakt en gaat zo de stalling in. We hebben genoten en kunnen een ieder aanraden die de kans krijgt om op deze manier eens voor langere tijd te gaan reizen. Wij hebben besloten de camper in de verkoop te doen, en hij staat inmiddels op Marktplaats. Dit geeft ons de ruimte om de volgende vakanties weer in alle vrijheid te kunnen bepalen. Wij willen een ieder bedanken voor de interesse die is getoond om onze blogs te lezen en sluiten hem hierbij af.

De negende week

Nadat we Gotenburg hebben verlaten besluiten we de kustlijn te blijven volgen richting Helsingborg. Het landschap hier is verrassend. Het veranderd voortdurend. Mooie stukken bos wisselen af met meertjes, en vlakke stukken worden opeens rotsig en heuvelachtig. Onder Gotenburg brengen wij 2 dagen door op een camping die veel te bieden heeft. We verkennen het strand en naastgelegen natuurreservaat, lezen, eten lekker en slapen lekker uit. Het is zoals Marjo vorige keer zei, de laatste weken van onze trip gaan we vakantie houden. Via Helsingborg steken we met de veerboot over naar Denemarken om Kopenhagen te bezoeken. Vanaf onze camping in Hundigestrand is het 20 minuten naar Kopenhagen met de S-bahn. Merk je toch dat je weinig met de trein reist, we stonden te schutteren bij de kaartjesautomaat. Midden in de stad stap je uit voor Pretpark Tivoli. Voor de kassa’s enorme mensenmassa’s. Wij besluiten de stad in te lopen omdat we niet begrijpen wat er prettig is om lang in de rij te staan om toegang in een pretpark te krijgen. In het park ook weer wachtrijen voor de attracties, nee dat was vroegah. Om het pretpark heen gelopen kom je aan bij het oude raadhuis. Dit gebouw is bijna geheel open om het te bekijken. Je kunt heerlijk rondlopen zonder dat er allerlei suppoosten je in de gaten staan te houden. In de grote zaal een prachtige expositie met verhalen en foto’s van Kopenhagers en hoe zij hun leven in Kopenhagen ervaren. Hierna lunchen we, lopen we over de universiteitscampus, bezoeken een hal waarin alleen maar barretjes en eethuisjes zijn gevestigd en gaan daarna lekker het park in. Kopenhagen is  echt de moeite waard. We besluiten om de volgende dag koers te zetten naar de Deense Noordzeekust. Via een tussenstop op een camping net na Odense, kiezen we voor Bøvbjerg.  De camping is heel rustig, het strand 0- 300 meter afstand. Het waait hard, de zee is onstuimig. Tegen de wind in banjeren op het rulle strand maakt dat we onze hamstrings de volgende dag voelen. We blijven hier 3 nachten en bombarderen een regenachtige dag tot wasdag. Fris en fruitig koersen we naar beneden richting het Deense Wad.  Onderweg komen we door Esbjerg. We besluiten om hier een hapje te eten. Wij vinden Esbjerg een heel prettig stadje, een bedrijvige haven, mooie binnen stad en een levendige sfeer. Wellicht zijn we enigszins gekleurd. Rijdend door Denemarken valt ons op dat veel dorpjes een uitgestorven indruk maken. Weinig winkels, en weinig mensen op straat. Zou dit het gevolg zijn van de internetshops, en zou dit ook het vooruitzicht zijn voor de Nederlandse dorpjes? In Esbjerg vinden we in de oude vissershaven een visrestaurantje. Wat we voorgeschoteld krijgen is heerlijk, kraakvers en zeker niet duur.    We strijken neer in Darum op de camping, waar ik dit nu zit te schrijven. Het spectaculaire van de reis is er nu wel een beetje af, we genieten echter met volle teugen en merken dat het leven in deze omgeving echt wel makkelijker is dan in het hoge noorden. We hebben nu nog twee en een halve week, daarna nog een weekje thuis en dan weer aan het werk. Vinden we op zich ook geen slechte gedachte, ook al vermaken we ons prima met deze manier van leven.

De achtste week

De afgelopen 10 dagen zijn we doorgegaan met het rijden van van mooie routes. Als eerste hebben we de Atlantische route gereden van Kristansund richting Molde. Een schitterende route langs mooie vissersdorpjes, kleine eilandjes en fantastisch aangelegen wegen. Diezelfde dag ontmoeten we twee Nederlanders waarvan de man, geboren in Vaassen, wegen heeft ontworpen voor Rijkswaterstaat. Hij vertelde dat je dan ook op een heel andere manier rondrijdt. Vanuit Molde gaan we met de boot naar Vestnes om te beginnen aan de mooie rit naar Andalsnes. Bij Andalsnes vinden we een prachtige plek aan het fjord. Morgen wordt veel regen verwacht en met het mooie weer van nu steken we de barbecue aan. Nadat ik vorige week nog melde dat de camper geen mankementen vertoonde zie ik opeens dat beide voorbanden zo goed als geen profiel meer hebben. Een geluk dat we het zien, aangezien de volgende route ons over de Trollstigen naar het Geirangerfjord zal brengen. Steile wegen, haarspeltbochten en nat weer. In Andalsnes naar de plaatselijke bandenkoning. Deze heeft de banden niet op voorraad maar kan ze de volgende dag hebben. We maken een afspraak voor 16.00 uur. Geen straf want op dat moment begint de regen die aan zou houden tot de volgende dag 13.00 uur. De volgende dag vertrekken we rond 17.00 uur naar de Trollstigen. Het is dampig met laaghangende wolken. Niet het mooiste weer om de haarspeldbochten langs deze steile berg te rijden. Voor Marjo een geluk. Met helder weer kijk je op sommige plekken de enorme diepte in. Nu met de wolken is het of we op een wattendeken rijden. De weg is op een aantal plekken smal en kun je elkaar niet passeren. Dit zorgt soms voor wat zweterige handjes als je een grote touringcar tegenkomt. Even op de rem dan maar. We vinden een rustige camperplek in Valldal midden in het dorp aan het fjord. De volgende dag rijden we door naar het Geirangerfjord. Van grote hoogte zien we daar twee grote cruiseschepen liggen. De weg het fjord in is steil,  en later er weer uit omhoog ook. Rondom het fjord is het bezaaid met toeristen, je moet echt uitkijken dat je er niet één onder de camper krijgt. We besluiten snel door te rijden, de drukte uit. We vinden een prachtig plekje aan een snelstromende rivier waar we een groot stuk van de berghelling kunnen zien. In de avond lopen daar een eland en twee grote edelherten te grazen. Een prachtig gezicht. De volgende dag rijden we over de Jotunheimen waar zich de hoogste bergen van Noorwegen bevinden. We rijden er twee routes doorheen. De laatste is een grindweg met stijgingspercentages van 13%. Ik ben blij dat we nieuwe bandjes hebben. We zijn wat moe geworden en vinden het tijd voor wat cultuur. Via de E16 rijden we richting Oslo maar laten deze plaats links liggen. Via Drammen bereiken we een camping bij Sande. Het weer is goed. De volgende dag het Oslofjord over. We overnachten bij Fredrikstad op een grote parkeerplaats. Hier stopt een busje met 4 Fransen. Die beginnen allemaal spullen uit te laden waaronder een Drone.  Blijkt dat ze een reportage maken over vrachtvervoer of het beroep van vrachtwagenchauffeur. De aanwezige vrachtwagenchauffeurs, Noren, Bulgaren, Russen etc. mogen figureren. Op zo’n parkeerplaats is altijd het nodige te zien. De volgende dag rijden we door naar Göteburg. Na overnachting op de stadscamping zoeken we de volgende ochtend bijtijds een parkeerplaats om in de stad te gaan rondneuzen. In Göteborg bezoeken we ook het Maritieme Museum.Volgende week op weg naar Denemarken, om af te kicken van het woeste Noorwegen. Het is zoals Marjo zegt, ik heb nu pas het gevoel dat we vakantie hebben. Tot nog toe hebben  we gereisd.

De zevende week

Vorige week hebben we de Vesteralen verlaten. Via Bjerkvik rijden we naar Narvik om daar de E6 op te pikken die ons terug naar de Saltstraumen zal brengen. We hebben besloten om de komende week de toerist uit te hangen en de toeristische route Kustweg 17 te rijden. Deze route begint net onder Bodø en gaat over een afstand van 635 kilometer naar Steinkjer. Volgens de verhalen moet dit de mooiste kustroute ter wereld met een 7 veerboot overtochten en door 15 tunnels waarvan de langste meer dan 7 km is. We beginnen inmiddels wel gewend te raken aan al die superlatieven. Als je op de Noordkaap een wind laat zal men zeggen: “Dat was de meest Noordelijke Wind” of “dat was de meest Warme Noordelijke Wind”. Noorwegen is gewoon prachtig en de eerste etappe van weg 17 over 240 km is er één van alleen maar ohhh’s en ahhhh’s. Een schitterende weg met korte bochten en steile klimmetjes. Ons campertje knort er rustig met een vaartje van 60 km p/u tegenop. Aan de 17 hebben we een erg leuke camperplek. Deze plek was aangelegd door de plaatselijke bevolking om een low-cost plekje met de basale voorzieningen voor campers aan de toeristen aan  te bieden. Wij denken dat men er ook mee wil bereiken dat dit ongewilde overnachtingen op de openbare parkeerplaatsen in het dorp zal tegenhouden. Maar een mooie plek voor 100 Nkr, omgerekend 8,50 euro. Dit soort plekken zou men veel meer aan moeten leggen. Kustweg 17 rijden we in vier dagen. We blijven 2 nachten op de camping in Namsos. We doen de was, en genieten van het mooie weer. Over dat weer hebben we deze week niet te klagen. Terwijl Nederland zucht onder een hittegolf is het in onze omgeving een graad of 20, valt er af en toe een buitje en is de wind afgenomen. We merken dat we naar het zuiden gaan. Na de 17 gaan we door naar Trondheim. Trondheim was vroeger de hoofdstad van Noorwegen en heeft de meest noordelijke Kathedraal (jaja). Wij hebben een halve dag door Trondheim gedwaald en vonden de stad zeer de moeite waard. Een levendige mondaine sfeer, heel veel jonge mensen (er is een Universiteit) en veel historische gebouwen. Doordat de Noren veel in hout bouwen, lopen de steden nogal het risico dat een flinke brand voor veel schade zorgt. Men probeert dit te voorkomen door de straten zo breed mogelijk te houden. We hebben overnacht op de enige beschikbare camperplek in de stad. Gratis maar hutje mutje op een grote parkeerplaats, (brrrrr). Na Trondheim rijden we door naar Kristiansund. De komende dagen rijden we de Atlantische route op weg naar de Trollstigen. Daarna stoppen we met de toeristische hoogtepunten van Noorwegen in het hoogseizoen, en zoeken we de rust en de uitgestrektheid van het binnenland op. De camper houdt zich prima, (afkloppen). We naderen de 10.000 km, en hij heeft geen druppel olie verbruikt. Alles werkt naar behoren en we zeggen tegen elkaar dat we eigenlijk niet meer nodig hebben dan deze 12 vierkante meter.

Nog even een nabrander van vorige week. Ik was vergeten te vermelden dat we de vorige week een simulatie reis hebben gemaakt met het spaceship de Aurora. Onze taak was om de gevolgen van een uitbarsting van plasmawolken uit de zon te onderzoeken, en de effecten die dit zou kunnen hebben op de aarde. Bijna een uur was Marjolijn gezagvoerder van het ruimteschip, en moest ik allerlei observaties van de Zonnewind uitvoeren. We hebben dit trouw gedaan. Eenmaal buiten gekomen kwamen wij tot de conclusie dat deze activiteit waarschijnlijk voor kinderen bedoeld was. We hebben bijna in de broek staan piesen van het lachen. We waren echter wel 75 euro armer.

De zesde week

Deze week zijn we op de helft van onze vakantie. Terwijl ik dit zit te typen hoor ik op de achtergrond Let’s go get stoned van King of the World. Echter de trip die wij nu maken kan volgens mij niet overtroffen worden. Na een aantal koele weken breekt op de Lofoten de zomer los. Maar liefst 6 mooie zonnige dagen liggen voor ons. Vanuit Bodø varen we in 4 uur naar deze eilandengroep en komen aan in Moskenes. De aankomst is adembenemend. Besneeuwde toppen in de zon. Moskenes ligt ook meteen op het grilligste stuk de Lofoten. Vanaf de boot rijden we naar Å. Aan het einde van de weg een grote parkeerplaats. Hier zullen we de nacht blijven. We denken een mooi plekje te hebben gevonden maar zodra de deur van de camper open gaat komt een penetrante visgeur naar binnen. We staan precies voor één van de grote houtenrekken die je verpreid over de Lofoten overal vindt. Aan de rekken hangt vis te drogen. Stokvis en Klipvis. Toch maar een ander plekje opgezocht. Na het eten wandelen we door Å, een mooi oud vissersdorpje waar je heerlijk over kleine smokkelpaadjes kan struinen.

De volgende dag vroeg wakker. Ik vind dat toch het nadeel van grote parkeerplaatsen. Slaan met deuren, starten van motoren en mensen die naar elkaar staan te roepen. Marjolijn vindt dit heerlijk. Er gebeurt van alles en vanuit je eigen plekje kun je alles mooi bekijken. De Lofoten kennen één centrale weg, de E6. Vanaf de E6 heb je zijwegen die meestal doodlopen in een dorpje. Je moet dezelfde weg dan terug. Op de Lofoten is dat echter geen straf. De terugweg ziet er namelijk heel anders uit. Zo komen we in Nusfjord terecht. Een plaatste vergelijkbaar met Å. De bewoners hebben hier echter besloten om hun dorp tot een museum te maken. Om het dorp in te gaan betaal je 50 Nkr. Dit is ongeveer 5,5 euro. Rijden over de Lofoten betekend rijden in een sprookjeslandschap, zeker als zon schijnt. Aan het einde van de middag vinden we een prachtig plekje langs het fjord bij Vikten. We staan er alleen, vangen pollak die op de bbq verdwijnt. Een paar pølsters maken het feest compleet. Aangezien we ver boven de poolcircel zijn blijft de zon lang schijnen. Boven ons vliegt een groep van 5 zeearenden. Ze jagen op de eieren van de Raven die op de berg broeden. De midzomernachtzon zien we echter niet aangezien er een berg in de weg staat.

De  volgende dag is de kans wel groot. Na opnieuw een mooie tocht staan we in de stralende zon op de camping van Hovsund. Rond 22.00 uur komt er echter bewolking opzetten die ons doet besluiten er niet voor op te blijven. Later in de nacht wordt het weer helemaal helder. De Lofoten zijn de laatste jaren ontdekt door de camperaars. We missen de rust van de afgelopen weken nu het hoogseizoen is aangebroken. We besluiten dan ook om door te reizen naar de Vesteralen en hopen dat het daar wat rustiger is.

De Vesteralen zijn beduidend rustiger. Via de boot zijn we van Fiskebøl in Melbu aangekomen. Hier vinden we een prachtige camperplek aan de haven, met voorzieningen en een schitterend uitzicht op de bergen van de Lofoten. De Vesteralen kennen een grotere afwisseling in landschappen dan de Lofoten. Het weer wordt gedurende de week minder, na een aantal mooie dagen regent het weer, waait het hard en is het koud. Na een week op deze eilanden besluiten we de komende week zuidelijker te rijden. Het weer lijkt daar beter te worden. De Lofoten en Vesteralen, maar zeker ook de eilanden eromheen zijn werkelijk prachtig. Een tip voor een ieder die wil gaan, ga voor het hoogseizoen uit. De combinatie van de natuur en de rust zijn een combinatie die je werkelijk op moet zoeken. Al met al hadden we ons er iets meer van voorgesteld.

De vijfde week

Op dit moment staan we in het zonnetje te wachten bij de veerboot naar de Lofoten. De afgelopen 2 dagen hebben we prachtig weer gehad, zon, zo’n 15 graden. We hebben vorige week een nacht op een hoogvlakte gestaan vlak voor de Stekenjokk. Koud 3˚ , keiharde wind en ja sneeuw. Maar prachtig, je kon een heel klein beetje bedenken hoe het er ’s winters moest zijn. Onderweg op de Wildernisroute  zie je hier en daar een huis met bewoning, meestal zijn dat rendierhouders, maar in de winter moet het daar heel stil en eenzaam zijn. De Stekenjokk is een hoogtepunt op deze route. Het is een uitgestrekte hoogvlakte. Op 700 meter ligt hier en daar nog ruim 2 meter sneeuw. Een ander hoogtepunt vonden wij de kapel van Viken. (zie foto album)

Na 3 dagen Wildernisroute zijn we naar Pim en Roos gegaan. Op de Wildernisroute hadden we hen al een keer getroffen voor een brunch. De bedoeling is om nu een paar dagen met elkaar door te brengen. Zij hadden een week een comfortabele Stuga waar we de camper mooi bij konden parkeren. De mannen gingen op zoek naar vis. In een riviertje vingen we een mooie snoek. De forel laat zich nog niet zien. Ook deze dagen blijft het aan de koude kant, valt er regelmatig een bui en staat er een straffe wind. Ondanks dat alles lekker de bbq aan en daarna een kampvuur. De meisjes  hebben wat gelopen, maar in Zweden is het lastig lopen zonder kaart. Er zijn een aantal lange wandelroutes  waar je van A naar B loopt. Routes met hetzelfde begin en eindpunt zijn er minder.   Na een paar dagen gezelligheid hebben we weer afscheid genomen want het begon weer te kriebelen.

We zijn via Storuman (Zweden) richting Mo I Rana (Noorwegen) gereden. Geweldige mooie tocht over de Blåvägen (blauwe weg).  Op ieder plekje wil je wel even staan om een foto te maken. Onderweg hebben we enorm veel rendieren gezien, maar niet één  eland. Ze zijn er wel maar zijn schuw.

Gisteren zijn we vanuit Mo I Rana richting Bodo vertrekken. Eerst een klein stukje de E6, zo gauw we een stille weg konden pakken hebben  we het gedaan. Veel mooier rijden over het gebergte. Vlak voor Bodo heb je de Saltstraumen.  6 uur lang stroomt het water bij eb het water vanuit Sjkerstadfjorden het Saltfjord in met een snelheid van 35 km. Dan staat het water stil en dan weer de omgekeerde richting in. Tijdens de stroming zijn er gigantisch grote draaikolken, het water bruist en kolkt. Dit keer zaten we op een camping, er waren veel vissers die met grote bakken vol vissen terug kwamen. De wasruimte stonk dan ook heel erg.

In het bos bij Kalix, (2e week?)kwamen wij een boom tegen die vol behangen was met fopspenen. We zijn er eindelijk achter wat het is. Een Tuttenboom, als de kinderen 3 jaar worden, mogen ze de speen in de (wilgen J)boom hangen. Een soort van ritueel afscheid van de peuterjaren.

De vierde week

Nou die hogere temperaturen…..laat maar zitten. Die hebben we de afgelopen week echt niet gehad. Het was minstens zo koud als de afgelopen week. We hebben deze week Jokkmokk bezocht. Wat betreft de cultuur staat hier alles in het teken van de Samen. In Jokkmokk staat een grote zuil met daarop de landen die ILO 169 hebben geratificeerd. ILO 169 gaat over de erkenning van inheemse volkeren als de Samen, maar ook de Inuit en Indianen. Bijzonder is wel dat Nederland als één van de eerste landen dit verdrag heeft erkend. Finland en Zweden hebben dat nog niet gedaan. Het verdrag behandeld het recht op het hebben van een eigen cultuur en taal. Ook in Jokkmokk een uitgebreid Samen museum. We zijn er niet naar binnen gegaan om nog meer rendierhuiden, messen e.d. te bekijken. Het is als in Nederland. Als je in het Friesmuseum bent geweest weet je ook dat het gewoon Hollanders zijn maar dan net even anders.

De reis naar de Vildmarksvägen gaat voor een groot gedeelte over de E45. Dit is de weg die door het westen van Zweden van noord naar zuid loopt. Deze weg is nog rustiger dan de E10 die langs de Bortnische golf loopt. Uitgebreide bossen doorsneden door rivieren. Toen we in Finland in het Arktikum waren was daar een conferentie aan de gang over bosbouw. Er werd een onderzoek gepresenteerd over de beste manier van bosbeheer. Hier in Zweden wordt de methode van de Verschroeide Aarde toegepast. Grote percelen compleet verwoest, alles overhoop getrokken. In Finland worden de bossen meer gedund. Het enige wat je veel ziet rijden zijn dan ook grote vrachtwagens met bomen die voor verwerking worden weggebracht.

De reis is zeker niet saai. In de avond vinden we makkelijk een mooi plekje waar je vrij kunt gaan staan. Door het zonnepaneel op de camper zijn we eigenlijk nergens van afhankelijk. Aan een grote open plek midden in het bos kijk ik m’n eerste film. American Sniper. Boeiende film. Veel locale wegen in het binnenland van Zweden zijn grintwegen met een lemen ondergrond. 7 maanden per jaar ligt er sneeuw en maakt het überhaupt niet uit wat er dan onder ligt. De wegen zijn goed te berijden. In de camper rammelt alleen zoveel. Na een paar uur rijden op zo´n weg ben je doodmoe. Ik denk dat we ondertussen ruim 100 km grindweg hebben gereden.

We hebben op de reis naar beneden een erg goede camping bezocht in Lövliden. Kolgården Stugby och camping is een kleine camping met bijzonder goede voorzieningen. Twee sauna´s op steigers direct aan het meer. Een bbq-plaats in een tipi, en een toiletgebouw om door een ringetje te halen. En hout voor kampvuurtjes zoveel als je maar nodig hebt. Vanaf deze camping rijden we door Vilhelmina naar Strömsund. Hier nemen we weg 342 het begin van de Wildernisroute (Vildmarksvägen). De route is onlangs als toeristisch item opgenomen in de verschillende gidsen. Het is een mooie route van 335 km die je door het woeste Zweden leidt. In het gebied dat omsloten wordt leven de meeste wilde dieren als bruine beer, wolf, veelvraat en eland. Het eerste dat wij tegenkomen is een vos en een ree. De beren en wolven zien we niet. Wel een prachtige elandmoeder met jong. De Stekenjokk bereik je via de hoogst gelegen weg in Zweden. Op een hoogte van 856 ligt nog meer dan 3 meter sneeuw. Hier is in 2007 de laagste temperatuur van Zweden gemeten -53˚. Wat ook zeker de moeite waard is is het kerkje in Viken. 500 meter uiten het dorp, aan de rand van het meer vonden wij dit prachtiche kerkje. Zie het fotoalbum.

 

Afgelopen week hebben we Pim en Rosemarijn getroffen. Komende week zullen we een enkele dagen samen doorbrengen alvorens naar Noorwegen door te reizen. We hebben nu na  vier weken ruim 6000 km gereden en zijn het nog lang niet zat.

De derde week

Maandag 1 juni  zijn we aangekomen in Kirkenes na een dag rijden in de regen. De afgelopen week Finland is ons zeer goed bevallen. Zeker toen we boven Rovaniemi kwamen hebben we heel veel leuke plekken gezien waar je prachtig met Camper, caravan of tent kan staan. De Finnen zijn bijzonder aardige en open mensen. Wij vonden Finland een lief land. Zodra je de grens naar Noorwegen over gaat veranderd dat spoorslags. Alles wordt meteen veel ruiger, woester en indrukwekkender. Bijna agressief na de dagen in Finland. Het weer is niet best en dat betekend kou,regen en wind. En dat terwijl de zomer niet eens begonnen is.

Kirkenes huisvest een aantal Vissersboten die in de Barentzzee vissen op kingscrab, bekend van de “deadliest catch” Het is de meest oostelijke stad van Noorwegen en ligt een paar kilometer van de Russische grens. Dat is goed te merken, zelfs de straatnamen staan in zowel Noors als Russisch vermeld. Wij vonden Kirkenes wat tegenvallen. Veel hele grote supermarkten(waar ook de Russen massaal inkopen komen doen), een haven waar je niet in mocht en zware industrie. Het was wat grauw, nu kan dit ook door het regenachtige weer komen. We hebben overnacht op een parkeerterrein waar dagelijks de Hurtigrutten aanmeert. De veerboot die langs de gehele Noorse kust verschillende havens aandoet. Er lag een Noors marine schip in de haven. Toen deze vertrok, door achterwaarts weg te draaien, hield hij tot vertrek zijn boordkanon precies op ons gericht. Je zag de koepel draaien. We hebben maar geen gekke dingen gedaan.

Vanuit Kirkenes zijn we via Tana Bru, een plaats aan de beste zalmrivier van Europa de Tana (althans dat zegt men daar zelf), op weg gegaan naar de Noordkaap. De route van Kirkenes naar de Noordkaap doorkruist een uitgestrekte toendra. Wat desolaat. Alleen de bovenlaag van de grond ontdooit hier in de zomer. Op de lagere school heb ik over de altijd bevroren onderlaag, het permafrost, ooit een spreekbeurt gehouden. Allen om dat ik woord permafrost zo mooi vond.  

De Noordkaap is een plek waar je geweest moet zijn als je van Noorwegen houdt. Veel mensen vinden de Noordkaap erg toeristisch. Dat is hij ook . Maar wat moet je anders, als het alleen maar een klif zou zijn met een klein bordje, dan zou het wel heel mager zijn. De weg van Honnigsvagen naar de Kaap is ronduit fantastisch. Je krijgt er een echt “arctisch” gevoel bij. Hoewel je van zeeniveau maar een meter of 400 omhoog gaat passeer je na een meter of 200 al de boomgrens. De ruigheid en eindeloosheid van het land voor je doet je dan heel nietig voelen. Je voel hoe gevaarlijk die omgeving voor mensen kan zijn als je er op het verkeerde moment bent.

De entree voor de kaap is 500 NOK. Ongeveer 42 euro. Veel van de camperaars blijven op de parkeerplaats staan om de midzomernachtzon te zien. Je moet dan wel geluk hebben dat het onbewolkt is. De kou en de gierende wind doet ons besluiten daar maar van af te zien. De midzomerzon zien we later wel als we op de Lofoten of Vesteralen zijn. We rijden terug en vinden een plekje met een mooi uitzicht aan het fjord. Vier rendieren houden ons gezelschap, gezelli. Even later komt een vos zijn nieuwsgierigheid bedwingen.  Het regent bijna voortdurend nu en dat zou ook de nacht zo blijven.

Na een week in het hoge noorden beginnen we behoefte te krijgen aan wat hogere temperaturen. De hete lucht verwarming in de camper werkt prima, maar wat meer naar buiten kunnen zou wel fijn zijn. We besluiten om de volgende ochtend  flink wat kilometers naar het zuiden te gaan op weg naar midden Zweden. In  Noord Noorwegen komen we over een paar weken terug. Via het mooie plaatsje Alta rijden  we richting Zweden via de 93. Voordat we in  Zweden zijn gaan we een stuk door Finland dat  een appendixachtig uitsteeksel heeft dat als het ware in Noorwegen steekt.  De Samen en hun rendieren zijn hier overal. Wij vroegen ons af waarom de rendieren trouwens zo heten. In de regel  sjokken ze wat langs de weg. Als je er even flink met de camper achteraan jakkert dan willen ze echter wel rennen. Afgelopen vrijdag 5 juni hebben we op een parkeerplaats de midzomernaacht zon dan echt gezien. Om 1.00 uur stond de zon nog ruim boven de horizon toen die weer ging stijgen. En nu op weg naar de Vilderneswegen. Het gebied i n Zweden waar de meeste beren, wolven en ander groot wild voorkomt. Het is nu zaterdag 6 juni om 19.57 uur. We staan op een camping in Gellivare, 100 km boven Jokkmokk. Twee keer raden, na een prachtige dag regent het, het lijkt erop of we regen aantrekken.

De tweede week

We staan nu aan een meertje bij een klein dorpje in Lapland. Een eind boven Rovamieni. We hadden altijd al het plan om er naar toe te gaan in de winter. Maar dat is er nog niet van gekomen.

In Rovanniemi hebben we 2 nachten gestaan. De campings vanaf nu zijn echte doorgangscampings van mensen die zo snel mogelijk door willen naar de Noordkaap. Wij hebben nog een museum/wetenschappelijk instituut voor Artic leven bezocht. Aardig, maar niet direct nieuws voor ons. Verder is de stad niet echt opzienbarend, maar het idee dat je er bent…… Van het Fins kunt je niets maken, maar wat klinkt die taal mooi, zangerig en gezellig.

 

 

 

Vandaag zijn we de Poolcirkel gepasseerd. Het leven wordt hier niet anders door. Maar toch…. Op deze grens heeft Santa Claus zijn kantoor. Heel erg fout om hier naar toe te gaan, maar leuk! Je stapt uit en je hoort de kerstliedjes al! Natuurlijk allerlei souvenirwinkeltjes en eettentjes. We zijn ook nog bij Santa op bezoek geweest. Een hele aardige man, die zijn talen spreekt, ook Nederlands. Hij was erg in ons geïnteresseerd! Tot onze verbazing wist hij zelfs Epe te liggen. Logisch, ieder jaar komt hij er! Later bleek dat het hele gesprek is opgenomen en dat er foto’s zijn gemaakt.

De afgelopen week hebben we de hele kust van de Botnische (na een paar borrels noemen we hem Bosssnische) Golf aan de Zweedse kant gereden. Mooi en heel afwisselend. Soms glooiend, dan weer hoge kusten. We hebben een familie rendieren gezien, elanden, een (levende)das en veel kraanvogels. Hoe noordelijker we komen, hoe kleiner de bomen worden. De avonden zijn fantastisch. Tot 23.00 uur schijnt de zon volop en ‘s nachts wordt het niet donker meer.

 

Een bijzondere plaats die we bezocht hebben was het kerkdorp Lövånger. Vroeger kwamen mensen van heinde en verre om de kerkdienst te bezoeken. Rondom de kerk zijn 117 blokhutjes gebouwd waar mensen de nacht konden doorbrengen voordat ze de lange reis terug naar huis konden maken. (zie foto’s album)

 

 

 

 

Een van de mooiste plekjes waar we hebben gestaan is aan de rivier de Kalix, een eindje landinwaarts. Het schijnt dat het een van de weinige niet gereguleerde rivieren van Europa te zijn. Op de plek waar wij stonden was de rivier op zijn wildst. Kalix ligt vlak bij de stad Haparande, op de grens van Finland. Je schijnt daar enorme zalmen te kunnen vangen. Jammer genoeg had Willem de goede hengel niet bij zich.

Afgelopen week veel op campings gestaan, omdat we onderweg best veel regen hebben gehad. Als je wild kampeert bestaat de kans dat je er niet meer weg komt, vanwege de modder. Er rijdt wel een engeltje met ons mee, iedere keer als we een camping aandeden, stopte het met regen en begon de zon te schijnen. Het mooie van noordwaarts rijden is dat je als het ware met het voorjaar meetrekt. Hier in Finland moeten de berken nog uitkomen evenals de krenten.

Aankomende week willen we naar de Noordkaap, via Kirkenes, meest oostelijke stad van Noorwegen op de grens met Rusland.

De eerste week

Vandaag de dag van vertrek. Om 9.15 uur is het zover. Een slaperige buurvrouw zwaait ons uit. Gisteravond heeft ze heerlijk voor ons gekookt.  Nog even naar Dalhuizen;  gasfles halen, diesel tanken en wegwezen. Op het laatste moment besloten om de grens in Groningen over te gaan bij Nieuwe Schans. Hoe mooier kan je het hebben. De reis door Noord Duitsland verloopt voorspoedig. Amper werkzaamheden. Bij Hamburg even in de Stau voordat we onder  de Elbe doorgaan. De brug is van een afstand spectaculairder. Als je erover rijdt heb je de hoogte echter niet eens door. Om een uur of vijf in Fynshav, Denemarken. Heb ik herinneringen aan na een fantastisch visavontuur op de Zeeforel ruim 20 jaar geleden. Camping opgezocht, morgen met de boot naar Bøjden.

 

Tijdens de overtocht de eerste Pølser gegeten. Scandinavië is vergeven van de worsten. Bij alle tankstations, kiosken en cafetaria’s staan ze prominent op het menu. En het zijn niet zomaar worsten, meestal kun je ze in een groot aantal variaties krijgen. Lang, kort, dun en dik, pittig en flauw, gekruid en straight. Maar goed de eerste is geconsumeerd. Marjo heeft een broodje laks (zalm). Zal de laatste wel niet wezen deze weken. We varen over de Kleine Belt, en passeren rijdend  de brug over de Grote Belt. In Nederland hebben we waterwerken, maar die Denen en Zweden kunnen er ook wat van. De Sont Brug die we enkele uren later passeren brengt ons in Zuid Zweden. Om een uur of vier vinden we een typische Zweedse camping aan een groot meer.

Vanmorgen bijtijds vertrokken. We gaan in de richting van Stockholm. Het weer schijnt daar goed te zijn of te worden. Rijden in Zweden is heerlijk. Goede wegen door de bossen. Weinig verkeer. Tempo gaat dus naar beneden en harder dan 85 km p/u rijden we eigenlijk niet. Je kan ook maar zo een Eland voor je camper krijgen en die jongens zijn behoorlijk massief. Stockholm is nog ruim 600 km weg. Na de nodige uurtjes rijden hebben we er genoeg van. Aangezien we nergens van afhankelijk zijn gaan we onze eerste sessie wildkamperen. Op goed geluk een grindweg ingedraaid. Aan het einde, een prachtige plek aan een meer, een poepdoos, barbequeplek en héél véél stilte….dachten we. ’s Avonds blijkt dat dit de favoriete trainlocatie van de plaatselijke hondenclub te zijn. Wel leuk om te zien. Om half tien zijn ze weer weg en is de plek “van ons”.

Vandaag naar Stockholm. Volgens ons hebben we een leuke stadscamping gevonden. Het adres in de TomTom  en rijden maar. Vandaag blijkt een offday te zijn. De hele dag regen, een klere-eind rijden om precies met de avondspits Stockholm in te rijden. Een ramp op wegen die 6 banen breed zijn per rijrichting. Worden we door onze navigator rechtstreeks het centrum in gejaagd waar flink aan de wegen wordt gewerkt. Komen we op een baan terecht die ons door een tunnel heen leidt die maar 3 meter  hoog is. We kunnen er door maar jagen dan wel de schotelantenne van het dak. Op het laatste moment uit de file kunnen scheuren. Nadat TomTom volledig psychotisch is geworden besluiten we gillend uit de hekseketel weg te gaan. Dan maar GEEN Stockholm.  

We kunnen merken dat we noordelijker komen. De nachten worden korter. Het is trouwens niet warm en het is prettig dat we ’s avonds de kachel aan kunnen doen. Sala is de plaats waar we onze volgende stop maken. De steden vinden wij amper de moeite waard, de natuur maakt daarentegen veel goed. We hebben nog geen wild gezien, althans geen levend. Wel veel dode dassen (sorry Ron). Vandaag rijden we richting de kust. We willen de eerste weken vooral deze kant van Zweden bekijken voordat we de wildernis van het binnenland in trekken. Vandaag lukt het eindelijk om een verloopstuk te vinden voor de aansluiting van een Zweedse gasfles op onze Hollandse gasslang. Hier zijn we 3 dagen mee bezig geweest. Als je ernaar vraagt weten de Zweden niet waar je het over hebt. Voor iedereen die nog naar Zweden gaat bestel dit verloopstuk in Nederland. Via internet krijg je hem thuisgestuurd voor 29 euro.

 

Een groot gedeelte van de reis gaat over de E4. Deze weg is naast de E45 de hoofdweg die van het zuiden naar het noorden gaat. Een fantastische weg die je door heel veel mooie plaatsjes brengt. De traditionele ossenbloed rood geschilderde huisjes fleuren het landschap op. Sommige “stuga’s”zijn werkelijk plaatjes en je vindt ze op de mooiste plekjes. Via Gävle zijn we in de buurt van Söderhamn gekomen. We rijden een leuk plaatsje in waar Marjo zich meteen thuis voelt. Zo al bijna een week onderweg. Afgelopen week vooral onthaast, veel gelezen en geslapen. We beginnen in ons ritme te komen. Wifi is bijna niet te vinden, dus toch maar een mobiele pas aangeschaft. Morgen naar de Höga kusten. Deze week 2800 km gereden.

Eindelijk op reis

Het heeft veel tijd gekost maar eindelijk zijn we vrij van alle verplichtingen en klaar om op reis te gaan. De komende 3 maanden is Scandinavië ons thuis. Lekker ruim geformuleerd, maar dat is precies wat we willen, vrij van alles en iedereen, alleen onszelf, en elke dag opnieuw bekijken wat we willen doen en waar we heen willen. Slechts 1 absolute "must have" zijn de Lofoten en de Vesteralen in Noorwegen. Daar moeten we gewoon een keer heen.

We hebben voldoende boeken,films en muziek bij ons en hopen eindelijk ook weer eens spelletjes te doen. De komende periode kent lange dagen. Boven de poolcirkel is het bijna de hele dag licht. Wandelen, vissen, mijmeren en klungelen is wat we gaan doen. Wij zullen een ieder die dit blog gevonden heeft proberen met een zekere regelmaat op de hoogte te houden met foto's, verhaaltjes en ervaringen. Natuurlijk zijn we wel afhankelijk van een internetverbinding en.......natuurlijk van onze eigen zin om dat te doen. Tot in augustus.